paragraaf

Persistent identifiers

voortgang:

Eén van de vereisten om een ‘Data Seal of Approval’ in de wacht te slepen, is dat de digitale objecten in jouw archief voorzien zijn van een zogeheten Persistent Identifier (PID). Een PID is een unieke en permanente verwijzing naar een digitaal object.
PID’s vormen de oplossing tegen linkrot: het verschijnsel dat webpagina’s niet meer bereikbaar zijn omdat het webadres is veranderd. Daarmee vormen ze een belangrijk instrument om de vindbaarheid van digitale collecties te garanderen. Het kunnen vinden van een digitaal object door de tijd heen is essentieel voor duurzame toegang. Want ook al is een object door de tijd heen steeds gemigreerd naar de nieuwste bestandsindelingen; als je het niet kunt vinden …. Een logische eis voor certificering dus.


In bovenstaande video leer je meer over het begrip PID. Ben je al een stapje verder? Bekijk ook de video’s ‘Kies de beste PID‘ en ‘Implementatie van PIDs

Verschillende PID-systemen

Er bestaan verschillende soorten PIDs. Als je De PID-wijzer doorloopt, kom je vanzelf uit bij de PID die jouw organisatie het beste past. De PID-wijzer is ontwikkeld voor de systemen die in Nederland het meest worden gebruikt: DataCite DOI (via de Technische Universiteit Delft), het Handle System (via SURFsara) en URN:NBN (via de Koninklijke Bibliotheek).

Het jargon

Persistent identifier


Een persistent identifier (PID) is een langdurige verwijzing naar een digitale bron. Een persistent identifier bestaat uit twee componenten: een unieke identificatiecode en een dienst die de bron na verloop van tijd lokaliseert zelfs als de locatie verandert. Persistent identifiers vormen de oplossing tegen linkrot.

Meer weten?

Zie het dossier Persistent Identifiers van de NCDD.

Dit is het einde van hoofdstuk 2. Ga door naar hoofdstuk 3