paragraaf

Digitaal geboren of gedigitaliseerd?

paragraaf Progress:

Digitale objecten bestaan in twee varianten: digitaal geboren bestanden en gedigitaliseerde bestanden. De verschillen zijn meervoudig en staan in onderstaande tabel weergegeven:

OORSPRONG FORMATEN ORDENING EN SELECTIE
Digitaal geboren bestanden  Digitaal geboren bestanden zijn hun hele leven lang digitaal geweest. Ze zijn zelf het ‘origineel’. Als dit origineel niet verzameld of geconserveerd wordt, verdwijnt het voorgoed De formaten van digitaal geboren cultureel erfgoed zijn afhankelijk van de mogelijkheden en voorkeuren van de makers (tenzij je hier van tevoren afspraken over maakt) Digitale werkmethoden kunnen met zich mee brengen dat er veel meer materiaal wordt geproduceerd dan vroeger
Gedigitaliseerde bestanden Gedigitaliseerde bestanden hebben een analoog leven gekend voordat ze in hun digitale versie verschenen. Als dat analoge bestand houdbaar is gehouden, hebben ze automatisch een back-up van zichzelf in originele, analoge vorm. Op het moment dat de analoge versie niet langer beschikbaar of bruikbaar is,  is er feitelijk sprake van een digitaal geboren substituut. Bij het digitaliseren kan de erfgoedinstelling zelf formaten en standaarden kiezen Een gedigitaliseerde collectie is in het analoge stadium al geordend en geselecteerd
Casus EYE

Bij EYE hebben ze zowel digitaal geboren speelfilms als gedigitaliseerde films in hun collectie. Het registreren van zowel analoge als digitale filmkopieën is een complex proces. Aan een filmwerk zijn in de catalogus diverse bestandsformaten gekoppeld. In het analoge domein kunnen dat bijvoorbeeld de volgende elementen zijn: geluidsbestanden, het camera negatief (de bron) en het duplicaatnegatief waarvan kopieën gemaakt worden om in de bioscoop te projecteren.

Bestandsformaten
De bestandsformaten die tot het digitale domein behoren zijn anders dan die uit het analoge domein. Digitale objecten kunnen uit vele soorten bestanden bestaan zoals beeld, geluid, ondertitels, trailers en (technische) documentatie. Vandaar dat EYE een model ontwikkeld heeft voor de registratie van digitale filmkopieën. Een digitale kopie bestaat uit het bronbestand en de daarvan afgeleide bestanden. Het bronbestand bestaat uit het digitale beeldmasterbestand (Digital Source Master (DSM) genoemd) en de daarbij behorende geluidsbestanden. Deze bestanden zijn niet afspeelbaar. Daarom worden hiervan afspeelbare bestanden gemaakt zoals een renditie (formaat HD) en een Digital Cinema Package (DCP). Een renditie bevat zowel beeld en geluid en is via een computer te projecteren. Voor de bioscoopdistributie wordt de Digital Cinema Package (DCP) gebruikt. Een DCP is het standaard bioscoopformaat dat beeld-, audio- en ondertitelingsbestanden bevat en via een bioscoopserver geprojecteerd kan worden. In de DCP zijn een of meerdere Content Playing lists (CPL’s) ingesloten. Een CLP is het ‘recept’ waarmee een DCP vertoond kan worden. Zo kan een DCP CPL’s bevatten voor projectie in verschillende talen.

Digitaal geboren
In de foto hierboven zie je een snapshot van de wijze waarop een digitaal geboren film geregistreerd wordt bij EYE. Je ziet dat ‘digital born’ een apart soort is. Uit het oogpunt van behoud, beheer en toegang is het belangrijk dat men de bron goed registreert. Is de film digitaal geboren of is deze afgeleid (via scanning) van een analoge kopie? Bij gedigitaliseerde films worden de masterbestanden altijd bewaard en zodoende kan men altijd teruggaan naar het analoge origineel. Die kunnen als ze gekoeld bewaard worden langdurig bewaard worden. Digitale bestanden moeten om de vijf, zes jaar gemigreerd worden naar nieuwe dragers (tapes).

Afgezien van het onderscheid naar de bron wordt er bij de registratie van een digitale kopie geen onderscheid gemaakt tussen een digitaal geboren film en een kopie afkomstig van een gedigitaliseerde analoge film. In beide workflows kunnen bovengenoemde bestandsformaten voorkomen.


Het jargon

Analoog filmobject


Een analoog filmobject kan bestaan uit diverse filmformaten ( o.a, 70, 35, 16 en 8 mm film) en diverse dragers (nitraat, celluloid en polyester). Op de digitale drager wordt informatie als bits (reeksen nullen en enen) in verschillende bestandsformaten (DPX, MXF, Apple pro-res, HD etc) opgeslagen. De originele bitstream kan niet onderscheiden worden van de gekopieerde bitstream, zij zijn identiek. Bij een analoge film is er altijd sprake van een origineel: dat is het masterbestand (filmnegatief) waarvan de andere filmbestanden zijn afgeleid. Origineel en kopie zijn dus qua materialiteit niet identiek.

Digitaal geboren materiaal 


Digitaal geboren erfgoed (in het Engels ‘born digital’) is materiaal dat van oorsprong digitaal is en geen papieren of analoge variant kent. Er is in principe geen onderscheid tussen het ‘origineel’ en de kopie. Ook digitale informatie óver erfgoed (documentatie in de vorm van bijvoorbeeld tekst, foto, animaties, video of website) behoort tot de categorie ‘born digital’.

Gedigitaliseerde informatie


Gedigitaliseerde informatie is informatie die van origine niet digitaal is, maar waarvan met de digitalisering een reproductie is gemaakt.

Masterbestand


Het masterbestand is het moederbestand waarvan andere bestanden zijn afgeleid/gekopieerd.

Metadataschema


Een metadataschema is een set van individuele metadata-elementen die je kunt gebruiken om digitale objecten te beschrijven. De meeste schema’s worden ontwikkeld en onderschreven door bepaalde gemeenschappen. En er zijn er nogal wat. Deze visuele kaart (pdf) van het metadata landschap maakt dat in één oogopslag duidelijk.

Meer weten?